Ouderen hebben wel voor hetere zomers gestaan

Ouderenorganisatie ANBO erkent dat kwetsbare ouderen tijdens deze hittegolf goed in de gaten moeten worden gehouden, thuiswonend of niet. Maar een grote groep ouderen hoeft echt niet zo betutteld te worden hoor, die weten wel dat ze genoeg moeten drinken. Alsof ze nooit eerder hete zomers hebben meegemaakt.

“We moeten nu niet alle ouderen op één hoop gooien. We hoeven ze echt niet allemáál te betuttelen, want een grote groep kan nog heel goed voor zichzelf zorgen.” Zegt woordvoerster Nanda Troost van ANBO, de belangenvereniging voor senioren.

Het Nationaal Hitteplan staat vol open deuren
Betuttelen dus … Troost vindt dat dit wel gebeurt in het Nationaal Hitteplan. “Dat staat toch vol open deuren. De meeste ouderen weten zelf wel dat ze bij deze hitte heel goed moeten drinken, of ze nou dorst hebben of niet.”
En dat ze buiten de schaduw moeten opzoeken, dat ze op de heetste uren van de dag geen boodschappen moeten gaan doen, geen inspanningen verrichten. Dat het fijn is om de hitte te bestrijden met de voetjes in een teil water of met een natte handdoek in de nek. Ja zeg, zo hebben ze dat hun hele leven al gedaan in eerdere héél warme zomers.
Troost: “Mijn ouders zijn 84 en 79, ik denk dat die nu lekker ergens aan het fietsen zijn. Ze redden zich nog heel goed.”

Heisa over het weer
Blijft over de kwetsbare groep ouderen, die mensen die niet meer zo goed voor zichzelf kunnen zorgen, die minder mobiel zijn. Ouderen in verzorgingsinstellingen veelal. En nog zelfstandig wonende ouderen die weinig sociale contacten hebben. Troost: ,,Ja, als dan die ene zoon of dochter ook nog met vakantie gaat, moet wél de vinger aan de pols worden gehouden. Wie drinkt er dan een kopje koffie met zo’n oudere, glaasje water erbij? Maar, door alle heisa over het weer, of het nou om extreme kou gaat of om grote hitte, is hier veel meer aandacht voor gekomen. In instellingen komen geriatrische artsen over de vloer en verzorgend personeel heeft instructies en weet hoe het er met de bewoners voor staat. Hoe ze met hen om moeten gaan.”

Gaat het dan nergens fout? “Nou, túúrlijk komt het voor dat de klimaatbeheersing niet deugt, zoals dat hier en daar op de werkvloer ook het geval is”, zegt Troost. “Maar in de meeste tehuizen worden afdoende maatregelen genomen.” Dus kort en goed, ANBO wordt niet overspoeld met klachten over instellingen waar het veel te heet is, of waar bewoners te weinig te drinken krijgen.

Maatregelen in verpleeghuizen
Dat geldt ook voor de Inspectie Volksgezondheid. Woordvoerster Judith Jansen: ,,Wij leggen het hele jaar door bezoeken af aan verpleeghuizen, waarvan een klein deel in periodes met extreme hitte. Dan besteden we ook aandacht aan de maatregelen die verpleeghuizen vanwege het ongewone weer treffen. Wij zien dat over het algemeen adequaat wordt gehandeld.”

Open deuren? Misschien, maar voor kwetsbare ouderen is het belangrijk dat we ze intrappen
Dan het RIVM (Rijksinsituut voor Volksgezondheid en Milieu). Afgelopen maandag activeerde het instituut Nationaal Hitteplan. Woordvoerder Ron Beekman: “Open deuren? Misschien, maar voor een groep kwetsbare ouderen is het belangrijk dat we ze intrappen omdat zij zich vaak niet bewust zijn van het risico dat ze lopen. En betuttelen? We kunnen nu eenmaal niet mensen individueel benaderen, dus dan maar alle ouderen aanspreken.”

Waarschuwen
Het Nationaal Hitteplan werd in 2007 in het leven geroepen, na hete zomers in de jaren 2003-2006, in navolging van landen als Engeland en Frankrijk. Uit cijfers van CBS blijkt dat in 2003 in de hete maanden juni, juli en augustus 1000 tot 1400 mensen meer overleden dan normaal. Beekman: ,,Dat laat zien dat waarschuwen belangrijk is. Als het één week één graad warmer is dan normaal, sterven er dertig mensen extra.”

Maar dan dé vraag: heeft het hitteplan sinds 2007 geleid tot minder sterfte onder ouderen als gevolg van de hitte? Beekman: “Dat kunnen wij niet zeggen, dat is niet onderzocht.” Waarom niet? ,,Nou, dat was niet het doel van het plan. Het gaat om signaleren, dat we zeggen: let goed op!”

 

Bron: Brabants Dagblad